| Uit de verhalen van Cees van Wieren (mede initiatiefnemer tot dit werk in 1978) | Drachten, 22 mei 1998 | |
Evangelisatie naar buiten en naar binnen.Evangelisatiewerk heeft altijd zijn uitwerking naar twee kanten. Aan de ene kant moet je veel geven; anderzijds krijg je veel terug. Je getuigt van je geloof in je Heiland Jezus Christus. Dat is niet gemakkelijk en vereist een zekere fijngevoeligheid ten opzichte van de ander; er is een schroom en het vraagt moed. Er is een spanning; je kunt de boodschap nauwelijks onder woorden brengen; je trilt van emotie; je beseft je tekortkoming. Achteraf had veel meer willen zeggen, had je het anders willen zeggen. Je beseft de onvolledigheid van het getuigenis.Maar, ondanks al die tekortkomingen, ga je ontdekken dat het getuige zijn een groeiproces wordt van je eigen geloof. Door de druk groeit de rijkdom er van. Door de uitdaging aan te nemen en jezelf kwetsbaar op te stellen, wordt je verrijkt door het diepere besef van de leiding van de Heilige Geest in je eigen leven. Getuige zijn heeft zijn uitwerking naar de ander, maar vooral naar jezelf. Jan Brandsma zei het zo: "de eerste zegen is altijd voor jezelf". Wie de vrijheid in Christus geproefd heeft, wil de ander ook laten delen in deze vreugde. Getuige zijn is dan niet alleen een opdracht die vanuit de bijbel naar ons toekomt, maar het is ook een verlangen voor de wedergeboren christen dit door te geven aan anderen. Op de afsluitdijk, bij het monument, staat het volgende: een volk dat leeft bouwt aan zijn toekomst. Een variatie hierop kan zijn: een kerk die niet evangeliseert verliest haar bestaansrecht. |